Van die keer toen Floris en zijn moeder gelijk hadden

Facultatieve verlofdag. Even balen, maar een recht gelijk een ander, dus beter goed benutten: het bestellen van de Kids-ID’s (ja, kinderidentiteitskaart was wellicht te ‘gewoon’) en als beloning naar de Ikea: balletjes eten en daarna een uurtje in de opvang. ‘En kleren kopen’, zei Floris. Kleren in de Ikea, ik dacht het niet Floris, ze verkopen veel in de Ikea, maar geen kleren. ‘Owel.’ zei Floris. ‘In de Ikea, een beetje verder en dan naar rechts.’  Bij Floris is het een kwestie van niet te veel te discussiëren, maar hem een beetje te laten geloven dat hij gelijk heeft. Een echte man dus…

De papa wou perse zelf pasfoto’s maken. Hij vond er zelfs een programma voor op ‘t internet. Moeder opperde nog: laat ons naar zo een kotje gaan, gelijk Ivan. Maar vader wou niet, en moeder wou er één woord aan vuil maken, niet meer, zuchtte diep en had visioenen hoe ze dan alleen met 3 kinders in St Amandsberg een fotograaf zou kunnen opzoeken en veel geld betalen.

Bijna gooide Hendrik roet in het eten, maar aangezien de melk deze ochtend binnenbleef en de inhoud van de pamper iets steviger was qua structuur, vertrokken we, positief ingesteld, richting dienstencentrum, want ge moet daarvoor dus niet persé in de Zuid zijn.

We moesten niet wachten, moeder graaide in haar handtas en de ogen van de ambtenaar draaiden al bij het aanzien van het velletje HP-fotopapier. Dat dat niet goed was voor Brussel. Dat ze wel al slechtere foto’s gezien had, maar dat de resolutie veel te laag lag.
Met een diepe zucht, wat gemompel en de troostende woorden van de ambtenaar ‘die mannen zijn toch allemaal dezelfde he madam.’, met de drie kerels naar de dichtsbijzijnde fotograaf, die oversteeksgewijs, gelukkig aan dezelfde kant van het voetpad lag als het dienstencentrum zelf. Het nemen van die foto’s ging verbazingwekkend vlot. Het scheelde dat die fotograaf ook televisies verkocht en de heren konden staren naar ‘Beesten in het bos’ op schermen 5 keer zo groot dan thuis. En bij nen derden durft men al eens wat meer, want die werd zonder begeleiding meegegeven met de fotograaf en haar assistent, wat – de ervaring leert ons- veel vlotter gaat, dan als er ouders op staan te kijken. 26,50 euro later stonden we terug in het dienstencentrum, waar de jongens het wachten inmiddels al beu werden en ze zelf hun Kids-ID wilden’ tekenen’. Het begrip ‘handtekening’ uitleggen aan een driejarige, niet gemakkelijk.

Goed, naar de Ikea dus. Want die kinderidentiteitskaarten (ok, Kids-Id’s typt sneller) waren besteld. Eerst gegeten, vervolgens een pamperwissel want de buggy rook verdacht. Ons alle vier opgesloten in het babyhok en Hendrik bleek letterlijk vol te hangen van kop tot teen, en niet met balletjes en appelmoes wel te verstaan. Bij de Ikea komt er  gelukkig net als thuis, zongewarmd water uit de kraan, zijn er doekjes in overvloed, en kan je het kind gewoon wassen als thuis. Moeder had alles mee om hem te verversen, enkel een broek was ze vergeten. Mmm, blote beentjes in april, dat zou ook wel geen aanklacht bij het Comité opleveren. En naar huis gaan, zonder de opvang te passeren, was geen optie vonden de oudsten. En moeder moest nog wat dingen meebrengen voor de juf van Pepijn, want naar de Ikea ga je nooit voor jezelf, maar altijd voor een ander, nietwaar?
Bij de opvang vroeg moeder of ze geen plastic zakje hadden voor de natte kleren van Hendrik. Geen probleem, mevrouw en of ik geen broek moest hebben voor Hendrik, want die blote billetjes, het was toch fris in de winkel.

‘Zie je wel mama, dat ze kleren hebben in de Ikea’.

pixelstats trackingpixel

2 Responses to Van die keer toen Floris en zijn moeder gelijk hadden

  1. ivan says:

    *gelachen*

  2. Daphné says:

    Lol!!!

    Wat een avontuur!

Leave a Reply