De tweede schooldag

Zoals omama al had gewaarschuwd: den tweeden dag wenen ze meer dan de eerste dag. Het afscheid van papa moet nogal hevig geweest zijn, en zelfs de armen van meester Frank brachten niet direct soelaas.
Toen ik deze namiddag Pepijn weer (te vroeg) ging halen, en de meester de deur de klas openstak, wees die naar mij: ‘U moet ik nog eens spreken’.
En kijk, ik voelde me weer 10 jaar, krop in de keel, en bijna tranen in mijn ogen. Allerlei doemscenario’s spookten in mijn hoofd: hij zit hier nog maar net en ‘t is al van dattum. Hij heeft iemand gebeten, of iemand de kop in geslagen. Misschien iemand een pluk haar uitgetrokken. Hij plast te veel in zijn broek? Is hij nog niet rijp voor school? Moet em terug naar de kribbe? Moet hij naar het bijzonder onderwijs? Aan de rilatine misschien?
Bon, eindelijk mocht ik binnen. ‘Het onvermijdelijke is gebeurd’, zei hij.
(Het onvermijdelijke? Oei, dan toch kaka aan de muren gesmeerd?)
‘Hij heeft een verkeerde koek gekregen van de turnmeester.’
Met veel excuses en voorstellen zodat dat in de toekomst vermeden zou kunnen worden, zodat ik helemaal niet meer boos kon zijn.

PS. En Floris? Hij weende voort.

pixelstats trackingpixel

Leave a Reply